Euregiokarte | Nederlands | English | Deutsch
Logo LÖGDLogo MICTALogo Uni TwenteLogo UKM
Euregiowebsite
Gebied: Patiënt
Ziekenhuis | Ambulance | Laboratoria | Inspectie-ggD | Huisarts | Verzorgingstehuizen | Patiëntinformatien | Overige-gebieden
Bereichsbildmotiv: Patienten

Veelgestelde Vragen(FAQ)

Dagelijks wordt de MRSA-net helpdesk (tel. 053- 852 6300) gebeld door mensen met vragen over MRSA. Op deze pagina staan de meest gestelde vragen voor u op een rijtje. De antwoorden zijn gebaseerd op het onderzoek binnen het kader van MRSA-net Twente/Münsterland en zijn daarom alleen geldig binnen deze Euregio. Wij wijzen u erop dat alleen de online versie geldig is vanwege de vele ontwikkelingen op het gebied van MRSA.

Letzte Aktualisierung: 26.9.2007

  1. Wat betekent MRSA? [Answer]
  2.  
  3. Wat is het verschil tussen infectie en dragerschap (kolonisatie)? [Answer]
  4.  
  5. Hoe vaak kun je MRSA krijgen? [Answer]
  6.  
  7. Hoe vaak komt MRSA in Nederland en Duitsland voor? [Answer]
  8.  
  9. Wat zijn de risicofactoren om MRSA-drager te worden? [Answer]
  10.  
  11. Waarom moet bij de aanwezigheid van risicofactoren voor of bij opname een screeningsonderzoek op MRSA-dragerschap uitgevoerd worden? [Answer]
  12.  
  13. Hoe wordt een MRSA-screeningsonderzoek uitgevoerd? [Answer]
  14.  
  15. Zijn de nieuwe moleculaire detectiemethoden beter dan de klassieke methoden? [Answer]
  16.  
  17. Wat kost een MRSA-screeningsonderzoek? [Answer]
  18.  
  19. Een microbiologische screening kost geld. Zijn deze kosten effectief? [Answer]
  20.  
  21. Welke maatregelen moeten bij een patiënt met (verdenking op) MRSA doorgevoerd worden? [Answer]
  22.  
  23. Hoe kan MRSA aangetoond worden? [Answer]
  24.  
  25. Kan MRSA zich verspreiden? [Answer]
  26.  
  27. Wat betekent “MRSA-contactpatiënt”? [Answer]
  28.  
  29. Hoe wordt MRSA overgedragen en hoe kan dat voorkomen worden? [Answer]
  30.  
  31. Is MRSA te behandelen? [Answer]
  32.  
  33. Wat betekent decontaminatie? [Answer]
  34.  
  35. Hoe lang kan MRSA op de huid/ het slijmvlies van de mens blijven? [Answer]
  36.  
  37. Hoe lang moet een MRSA-drager in het ziekenhuis in een isolatiekamer blijven en moeten er extra hygiënemaatregelen getroffen worden? [Answer]
  38.  
  39. Moeten bij ontslag van de patiënt speciale beschermingsmaatregelen in acht worden genomen? [Answer]
  40.  
  41. Is het gevaarlijk om in dezelfde ruimte te zijn met een MRSA-patiënt? [Answer]
  42.  
  43. Waarom moeten MRSA-patiënten in het ziekenhuis geïsoleerd verpleegd worden, maar na hun ontslag naar (verzorgings)huis of bij de huisarts niet? [Answer]
  44.  
  45. Kan mijn kind MRSA krijgen als het zich in de buurt van een MRSA-drager bevindt? [Answer]
  46.  
  47. Ik heb MRSA en word binnenkort ontslagen. Wat moet ik doen om mijn familie tegen MRSA te beschermen? [Answer]
  48.  
  49. Waarom wordt in Duitse ziekenhuizen meer dan de helft van het aantal MRSA-gevallen al bij opname van de patiënt aangetoond? [Answer]
  50.  
  51. Wat zijn de belangrijkste strategieën tegen het verspreiden van MRSA in de Euregio Twente/ Münsterland? [Answer]
  52.  
  53. Wat is het MRSA-netwerk? [Answer]
  54.  
  55. Waarom moet men bij de behandeling van een MRSA-patiënt veel geduld hebben? [Answer]
  56.  
  57. Was is „Community Acquired MRSA”? [Answer]
  58.  
  59. Kunnen MRSA-dragers samen in een kamer ondergebracht worden in het ziekenhuis? Geldt dit ook voor patiënten met verschillende MRSA-typen? [Answer]
  60.  
  61. Kunnen MRSA-dragers in het ziekenhuis gezamenlijk in een kamer ondergebracht worden, ook als één van hen al behandeld wordt? [Answer]
  62.  
  63. Hoe ziet een behandeling van een MRSA-dragerschap eruit? [Answer]
  64.  
  65. Hoe ziet een behandeling van een MRSA-infectie eruit? [Answer]
  66.  
  67. Wanneer moet personeel gescreend worden op de aanwezigheid van MRSA? [Answer]
  68.  
  69. Waarom komt de MRSA-bacterie soms terug bij gedecontamineerde patiënten? [Answer]
  70.  
  71. NIEUW! Waarom komt MRSA in Nederland veel minder voor dan in Duitsland? [Answer]
  72.  
  73. NIEUW! Wat zijn de verschillen tussen het Nederlandse en Duitse MRSA-beleid? [Answer]
  74.  
  75. NIEUW! Welke maatregelen moeten genomen worden als een Duitse patënt in een Nederlands ziekenhuis opgenomen moet worden, of naar een Nederlands ziekenhuis overgeplaatst moet worden? [Answer]
  76.  
  77. NIEUW! Welke maatregelen moeten genomen worden als een Nederlandse patiënt, nadat hij of zij langer dan 24 uur in een buitenlands ziekenhuis opgenomen is geweest, (weer) overgeplaatst moet worden naar een Nederlands ziekenhuis? [Answer]
  78.  
  79. NIEUW! Zijn er in Nederland ook risicocategorieën voor MRSA-dragerschap bij personeel? [Answer]
  80.  
  81. NIEUW! Wat is het voordeel van grensoverschrijdende gezondheidszorg? [Answer]
  82.  
  83. NIEUW! Mag Duits ziekenhuispersoneel ook in Nederland werken? [Answer]
  84.  
  85. NIEUW! Leidt grensoverschrijdend gezondheidsverkeer tussen Nederland en Duitsland tot een stijging van MRSA in Nederland? [Answer]
  86.  
  87. NIEUW! Hoe kunnen we voorkomen dat MRSA zich verspreidt bij grensoverschrijdend gezondheidsverkeer tussen Nederland en Duitsland? [Answer]
[top]

01. Wat betekent MRSA?

Staphylococcus aureus is een bacterie die op het slijmvlies en soms ook op de huid van eenderde van alle mensen voorkomt. Normaal zijn deze bacteriën ongevaarlijk. Echter, door huidverwondingen of medische ingrepen (bijvoorbeeld een operatie) kan Staphyloccus Aureus wondinfecties veroorzaken. Zulke infecties kunnen leiden tot abcessen, ettervorming et cetera. Bij een zwak immuunsysteem kunnen ook zware infecties ontstaan als bloedvergiftiging en longontsteking. Doorgaans worden infecties bestreden met bacteriedodende antibiotica. Echter, de meeste S. Aureus zijn ongevoelig (resistent) geworden tegenover het antibioticum “Methicilline” en de meeste andere antibiotica. Zulke Methicilline-Resistente Staphylococcus Aureus noemt men afgekort MRSA.

[top]

02. Wat is het verschil tussen infectie en dragerschap (kolonisatie)?

Kolonisatie betekent dragerschap. Dat betekent dat MRSA-bacteriën zich op de huid van de mens vestigen en zich vermeerderen zonder dat de mens er ziek van wordt. Zulke personen zijn MRSA-dragers.

Infectie betekent dat de MRSA-bacteriën de huid binnendringen en de getroffene ziek maken.
Zowel bij kolonisatie als infectie moeten dezelfde hygiënische maatregelen genomen worden. Het verschil is dat patiënten met kolonisatie, ofwel MRSA-dragers, gedecontamineerd worden: Door het wassen met een speciaal middel en smeren met een speciale neuszalf wordt geprobeerd de MRSA van de huid te verwijderen. Patiënten met een infectie krijgen een behandeling met antibiotica om van de MRSA af te raken. Gekoloniseerde patiënten krijgen geen antibiotica voorgeschreven.

[top]

03. Hoe vaak kun je MRSA krijgen?

MRSA kan van mens tot mens overgedragen worden via de huid. Op de huid van een gezond persoon kunnen de bacteriën zich niet uitbreiden omdat de huid- en slijmflora van een gezond persoon een natuurlijke afweer hebben tegen MRSA.

Bepaalde risicofactoren kunnen ervoor zorgen dat MRSA op de huid wel infecties veroorzaakt, zoals:
Deze risicofactoren komen vaak voor bij patiënten in het ziekenhuis. Hoe vaker MRSA voorkomt op de huid, hoe groter de kans is dat infectie optreedt. Het is mogelijk om meerdere keren gekoloniseerd of geïnfecteerd te raken met MRSA, als de behandeling niet succesvol is of er geen goede hygiënemaatregelen getroffen worden.

[top]

04. Hoe vaak komt MRSA in Nederland en Duitsland voor?

Doorgaans is MRSA in Duitse ziekenhuizen verantwoordelijk voor een kwart van alle Staphylococcus Aureus infecties. In Nederland is dat 1%.


[top]

05. Wat zijn de risicofactoren om MRSA-drager te worden?

Er zijn vier risicocategorieën voor MRSA-dragerschap (WIP-richtlijn: ‘MRSA algemeen’):

Categorie 1: bewezen MRSA-dragerschap
Categorie 2: hoog risico op dragerschap
Categorie 3: matig verhoogd risico op dragerschap
Categorie 4: geen verhoogd risico op dragerschap

In de openbare gezondheidszorg adviseren wij over het risico van introductie van MRSA in ziekenhuizen en verpleeghuizen door patiënten en/of hun huisgenoten. Het is van belang om te weten dat er individuen bestaan met een verhoogd risico op dragerschap zoals:
Verder kan het beroep van de patiënt of zijn huisgenoten een verhoogd risico op verspreiding geven. Dit is van toepassing voor medewerkers in ziekenhuizen en verpleeghuizen.

Een persoon kan natuurlijk ook tot meerdere risicocategorieën behoren.
[top]

06. Waarom moet bij de aanwezigheid van risicofactoren voor of bij opname een screeningsonderzoek op MRSA-dragerschap uitgevoerd worden?

Niet iedereen draagt MRSA op de huid en niet iedereen die wel MRSA op de huid heeft kan het op anderen overdragen. Het is voor een patiënt die een medische behandeling gaat ondergaan belangrijk om te weten of hij de MRSA-bacterie bij zich draagt. De bacterie die op de mens zelf leeft kan bij medische ingrepen zoals beademing of operaties infecties veroorzaken, welke niet te vermijden zijn. Als de MRSA-bacterie al op de mens leeft wanneer deze wordt opgenomen in het ziekenhuis, kan dit een latere infectie met MRSA tot gevolg hebben. Voor het bestrijden van MRSA is een vroegtijdige en werkzame antibiotische therapie noodzakelijk. Een succesvolle genezing hangt af van de juiste keuze voor een antibioticum. Wanneer geen inventarisatiekweek is uitgevoerd is niet bekend met wat voor type MRSA men te maken heeft, en de behandelende arts moet op basis van ervaring antibiotica inzetten bij het optreden van een infectie. In een dergelijke situatie is er geen enkel antibioticum werkzaam tegen MRSA, waardoor waardevolle tijd verloren gaat.

Het afnemen van een kweek bij opname heeft een drievoudige betekenis:
  1. Bescherming van de betreffende MRSA-dragers: Als dragerschap bekend is dan kan voor de operatie nog geprobeerd worden de MRSA-drager te saneren. Door decontaminatie kunnen infecties significant verhinderd worden (Perl TM et al 2002. N Engl J Med).
  2. Een kweek is een blik op de toekomst: Als een arts weet dat een patiënt MRSA-drager is, dan wordt er bij het optreden van een infectie in zijn antibioticabehandeling geanticipeerd op MRSA
  3. Bescherming van andere patiënten: MRSA-dragers worden in het ziekenhuis op een speciale manier behandeld. Ze liggen op een eenpersoonskamer en door het gebruik van handschoenen en overjassen wordt de overdacht van MRSA op personeel en andere patiënten voorkomen. Het personeel draagt mond- en haarbescherming om zichzelf niet met MRSA gekoloniseerd te raken en het in de weken of maanden daarop op toekomstige patiënten rond te strooien.

[top]

07. Hoe wordt een MRSA-screeningsonderzoek uitgevoerd?

Om het drager- en overdragerschap te kunnen vaststellen moet een microbiologisch onderzoek in een laboratorium plaatsvinden. Daarvoor wordt met een wattenstaafje een kweek afgenomen van de huid/ slijmvlies. Dit gebeurt meestal van het slijmvlies in de neusholte, keelholte, oksels en/ of lies. In het laboratorium wordt vervolgens getest of MRSA aanwezig is in het slijmvlies van de onderzochte persoon. Wordt er geen MRSA gevonden dan is de onderzochte persoon MRSA negatief.

[top]

08. Zijn de nieuwe moleculaire detectiemethoden beter dan de klassieke methoden?

Als gouden standaard voor om de aanwezigheid van MRSA te bewijzen wordt een speciale test uitgevoerd in het laboratorium. Het duurt echter enkele dagen voordat de uitslag bekend is. Er zijn daarom moderne moleculaire methoden ontwikkeld, waardoor de uitslag binnen een paar uur bekend is.

Deze methoden zijn veelbelovend en vooral op basis van haar hoge snelheid en sensitiviteit zeer geschikt om uit te sluiten of er wel of geen sprake is van MRSA-dragerschap. Positieve sneltestresultaten moeten altijd bevestigd worden via de klassieke methode waarbij verschillende stoffen aan de kweek worden toegevoegd. Na de reactie die na enkele dagen optreedt kan vastgesteld worden of er wel of geen sprake is van MRSA. De betekenis van positieve sneltestresultaten zonder bevestiging door de klassieke methode, volstaat momenteel nog niet.

[top]

09. Wat kost een MRSA-screeningsonderzoek?

De kosten hangen sterk af van de berekening van het dienstdoende laboratorium, maar men kan van gemiddelde kosten tussen de 3 en 15 euro uitgaan. Wordt een MRSA gevonden dan liggen de kosten tussen de 35 en de 75 euro, door verder onderzoek wat dan nodig is. Elke nieuwe overdracht van MRSA op een andere patiënt zorgt voor additionele kosten van 3.000 tot 6.000 euro. Vroegtijdige opsporing door screening loont dus de moeite.

[top]

10. Een microbiologische screening kost geld. Zijn deze kosten effectief?

Er zijn voldoende studies die aantonen dat MRSA-screeningsprograma’s in ziekenhuizen kosteneffectief zijn (Karchmer 2002 J Hosp Inf, Jernigan JA 1995. Inf Control Hosp Epidem, Wernitz et al. 2006. J Clin Microbiol., Chaix C, et al JAMA 1999). Elke MRSA-infectie veroorzaakt tot 17.000 euro aan extra kosten. Omdat MRSA zich klonaal uitbreidt en 25% van de kolonisaties tot een infectie leidt, betekent elke nieuwe kolonisatie met MRSA tot 4000 euro additionele kosten. De gemiddelde kosten voor een screeningsprogramma liggen tussen de 3 en 15 euro per patiënt. 260 tot 1300 kweekonderzoeken zijn bij de vermijding van één enkele MRSA-overdracht al kosteneffectief.

[top]

11. Welke maatregelen moeten bij een patiënt met (verdenking op) MRSA doorgevoerd worden?


[top]

12. Hoe kan MRSA aangetoond worden?

MRSA kan aangetroffen worden op de huid, slijmvlies van de neusholte, keelholte, onder de oksels, haarinplant, de lies, ontlasting/ endeldarm, bij wondinfecties, in bloed en in urine. Meestal worden neusholte, keel en wonden onderzocht. Bij een dergelijk onderzoek wordt door een speciale kweekstok (wattenstok) een kweek afgenomen, die onderzocht wordt in het laboratorium op de aanwezigheid van MRSA.

[top]

13. Kan MRSA zich verspreiden?

Ja. MRSA kan op andere patiënten overgedragen worden. Vaak verdwijnt MRSA weer van de huid zonder dat er infectie optreedt. Slechts als iemand erg ziek is en een zwak immuunsysteem heeft kan het tot een infectie leiden. Alleen de overdracht van huid op huid is voor een MRSA bacterie niet voldoende om op de huid van de “ontvanger” te blijven, wat een voorwaarde is om MRSA weer op iemand anders over te dragen. MRSA blijft alleen dan op de huid van de ontvanger als er bepaalde risicofactoren aanwezig zijn. Omdat patiënten in een ziekenhuis vaak aan meerdere risicofactoren voldoen, wordt MRSA het makkelijkst overgedragen onder ziekenhuispatiënten.

Nog één keer voor alle duidelijkheid: MRSA is niet bij al het contact van mens tot mens overdraagbaar. Het is absoluut niet zo dat hoe vaker u lichamelijk contact heeft met een MRSA-drager, hoe groter de kans is dat u zelf ook drager wordt. Voor MRSA-overdracht is de aanwezigheid van de volgende factoren vereist:
  1. Voldoende aantal MRSA-bacteriën op de huid van de MRSA-drager
  2. Direct en herhaaldelijk contact (blootstelling) met gekoloniseerde lichaamsoppervlakken van de MRSA-drager
  3. Overdracht van voldoende (veel) MRSA-bacteriën van de ene op de andere patiënt
  4. De MRSA’s moeten de huid/ het slijmvlies bereiken tijdens het contact
  5. Vermeerdering en behoud van de MRSA’s op de huid van de contactpersoon
  6. Aanwezigheid van risicofactoren bij de contactpersoon (antibiotica, wonden, katheters, etc)
U ziet dat overdracht van MRSA bij eenmalig contact nauwelijks mogelijk is. De kans op overdracht stijgt bij regelmatig en intensief contact of als op basis van medische maatregelen grote hoeveelheden van MRSA vrijkomen, zoals bij het leegzuigen van de longen via de luchtpijp. Daarom zijn speciale beschermingsmaatregelen in een ziekenhuis noodzakelijk.

MRSA kan weliswaar ook in de lucht of op oppervlakken blijven overleven en vanuit daar op de huid van een mens terecht komen, maar daar is echter ook weer een frequent, meermaal-daags contact voor nodig. Deze situatie komt alleen voor in gemeenschappelijke inrichtingen (verzorgingstehuizen, woon- en dagcentra voor gehandicapten, gevangenissen etc). Om dit te voorkomen zijn speciale desinfecteermaatregelen voor oppervlakten noodzakelijk.

[top]

14. Wat betekent “MRSA-contactpatiënt”?

U bent een MRSA-contactpatiënt als u met een MRSA-drager de kamer deelt of gedeeld heeft. Daardoor bestaat de mogelijkheid dat u ook gekoloniseerd bent met de bacterie. Om dit uit te sluiten of te bevestigen moet bij u eenmalig een kweek worden afgenomen om te onderzoeken of wel of geen MRSA-drager bent. Geeft u bij toekomstige (her)opname in een ziekenhuis alstublieft aan, dat u eerder in contact bent geweest met een MRSA-patiënt zodat uw eigen gezondheid en die van uw medepatiënten beschermd kan worden.

[top]

15. Hoe wordt MRSA overgedragen en hoe kan dat voorkomen worden?

De overdracht van MRSA vindt zoals eerder vermeld vooral plaats in het ziekenhuis. Overdracht vindt bijna altijd plaats door contact en uiterst zelden door druppeltjes en nooit via de lucht. De belangrijkste maatregel om MRSA-overdracht te vermijden is om te weten of iemand MRSA-drager is. Daarvoor moet kweekonderzoek uitgevoerd worden. Alleen in het ziekenhuis worden dan bijzondere voorzorgsmaatregelen genomen (beschermende jas met lange mouwen, mondbescherming, handschoenen, eventueel haarbescherming, isolatiekamer), om overdracht op andere patiënten te voorkomen. Al deze maatregelen zijn in bejaarden- en verzorgingstehuizen, in de huisartsenpraktijk en ambulance niet nodig en in de thuissituatie al helemaal niet. Afhankelijk van de activiteiten is het toepassen van standaardhygiëne (vermijding van wondcontact, handenhygëne etc) voldoende.

[top]

16. Is MRSA te behandelen?

Ja. Hoewel MRSA tegen de meeste antibiotica resistent is, zijn er zogenaamde reserve-antibiotica die ingezet kunnen worden bij de behandeling van MRSA. Deze antibiotica worden normaliter alleen in het ziekenhuis verstrekt. Afhankelijk van de toestand van het immuunsysteem van de patiënt is een succesvolle therapie uitvoerbaar. In ieder geval moet de MRSA van de huid en de slijmvliezen van de patiënt verwijderd worden (de zogenaamde decontaminatie), waarmee de basis voor toekomstige infecties van deze bacterie uitgeschakeld wordt.

[top]

17. Wat betekent decontaminatie?

De zogenaamde decontaminatie of decontaminatieprocedure dient tot het verwijderen van de MRSA-bacteriën van de huid en het slijmvlies van de drager. Bij gezonde mensen zonder risicofactoren is MRSA uit het belangrijkste reservoir, namelijk de neusholte, makkelijk te verwijderen. Daarvoor wordt een neuszalf gebruikt met antibiotische of antiseptische werking. Binnen enkele dagen is de MRSA verwijderd en kan aan de hand van een kweek het succes van de decontaminatie bevestigd worden. Het percentage succesvolle decontaminatieprocedures is erg hoog en de behandeling is duurzaam. Wanneer decontaminatiebelemmerende factoren aanwezig zijn zoals wonden en katheters, dan moeten deze eerst genezen of beëindigd zijn voordat met de definitieve MRSA-decontaminatie begonnen kan worden. Toch kan tijdens de aanwezigheid van de belemmerende factoren een decontaminatieprocedure wel zinvol zijn voor het reduceren van de MRSA-kiemen.

[top]

18. Hoe lang kan MRSA op de huid/ het slijmvlies van de mens blijven?

De duur van de kolonisatie hangt af van de aanwezigheid van decontaminatieremmende factoren als zweren, katheters of antibioticagebruik. Als een van deze factoren aanwezig is, is decontaminatie zelden succesvol. De patiënt kan dan tot dan 40 maanden MRSA-drager blijven. Zonder decontaminatieremmende factoren slaat een decontaminatie meestal binnen twee weken aan. Zonder decontaminatieremmende factoren en zonder behandeling kan de draagduur langer dan een jaar duren.

[top]

19. Hoe lang moet een MRSA-drager in het ziekenhuis in een isolatiekamer blijven en moeten er extra hygiënemaatregelen getroffen worden?

Alle inspanningen zijn gericht op het behandelen van de primaire ziekte (bijvoorbeeld wonden, doorligplekken) en vervolgens op de decontaminatie van de MRSA-drager om de MRSA van de huis en het slijmvlies te verwijderen. De behandelende arts beslist samen met de arts-microbioloog hoe lang de behandeling moet duren. De speciale hygiënemaatregelen moeten net zolang in het ziekenhuis doorgevoerd worden, tot de MRSA niet meer op de huid/ slijmvlies van de patiënt aan te tonen is. Afhankelijk van de primaire ziekte kan de decontaminatieprocedure dagen, weken of zelfs langer duren. De decontaminatieprocedure moet in elk geval na ontslag van de patiënt uit het ziekenhuis doorgevoerd en gecontroleerd worden, ook al staat in eerste instantie genezing van de primaire ziekte centraal.

[top]

20. Moeten bij ontslag van de patiënt speciale beschermingsmaatregelen in acht worden genomen?

    1. Ziekenvervoer Tijdens het ziekenvervoer van een MRSA-drager is overdracht op personeel alleen mogelijk bij intensief contact of bij directe blootstelling van het personeel bijvoorbeeld tijdens een verbandwissel of intubatie. Daarom is het alleen van belang dat personeel mondbescherming draagt. Bij directe blootstelling moeten ook handschoenen en een schort aangetrokken worden. Na het uittrekken van de beschermende kleding moet een grondige handendesinfectie plaatsvinden. Het dragen van witte, waterdichte overals met capuchon en een mondneusmakser is bij het vervoeren van MRSA-patiënten niet nodig. Het nemen van onnodige, overdreven maatregelen leidt tot onzekerheid bij medewerkers en medebewoners en leidt tot onnodige kosten. Deze kosten kunnen beter besteed worden aan standaardhygiëne, handendesinfectie en scholing en voorlichting.
    2. Bejaarden- en verzorgingstehuizen Voor de omgang met MRSA-dragers in verpleeghuizen zijn richtlijnen van de Werkgroep Infectiepreventie beschikbaar (zie www.wip.nl). MRSA-dragers hoeven in een dergelijke instelling niet geïsoleerd verpleegd te worden en overige maatregelen hoeven slechts in enkele gevallen bij direct contact getroffen te worden. De consequentie doorvoering van een decontaminatieprocedure staat centraal. Eerst moet de primaire ziekte (wonden, doorligplekken) genezen voordat met de decontaminatieprocedure begonnen kan worden.
    3. Huisartsenpraktijk Ook in de huisartsenpraktijk zijn in geen geval maatregelen nodig zoals die in het ziekenhuis worden genomen. Een goede logistiek (MRSA-patiënt niet in de wachtkamer laten wachten) en een consequente standaardhygiëne (waaronder handendesinfectie) zijn wel vereist. Ook hier ligt de nadruk op het doorvoeren van een decontaminatieprocedure. Deze bestaat eerst uit genezing van de hoofdaandoening als wonden en doorligplekken, daarna kan de eigenlijke behandeling beginnen. In elk geval moet een eindcontrole (kweekafname) na de MRSA-behandeling plaatsvinden., om te kunnen vaststellen of de MRSA inderdaad is verdwenen.
    4. Thuis Dragers van klassieke MRSA, die in het ziekenhuis opgelopen is, vormen geen gevaar voor familie of medebewoners. Contactpersonen die open wonden hebben of sterk verzwakking van het afweersysteem (evt. door medicatie), moeten hun persoonlijke hygiëne goed in de gaten houden, en niet alleen vanwege MRSA. Zwangere vrouwen lopen geen bijzonder risico en moeten naast een goede persoonlijke hygiene na contact met een MRSA-patiënt hun handen wassen.
    5. Bij ambulante zorg of thuiszorg Voor familieleden of medebewoners die MRSA-drager zijn, moeten dezelfde maatregelen genomen worden als in de thuissituatie (zie punt 4). Bij directe omgang met geïnfecteerde wonden, vocht, ontlasting, etc moeten beschermingsmaatregelen genomen worden zoals handschoenen en na afloop een handendesinfectie. Raadpleeg een arts, microbioloog/ hygiëniste of de MRSA-net helpdesk bij vragen hierover.

[top]

21. Is het gevaarlijk om in dezelfde ruimte te zijn met een MRSA-patiënt?

Voor alle duidelijkheid, voor gezonde mensen is het risico op een MRSA-infectie heel klein. Natuurlijk blijft er zoals bij alle infecties een medisch risico, maar zolang personen in de naaste omgeving of bezoekers van de MRSA-patiënt gezond zijn, is het voor niemand schadelijk om met een MRSA-patiënt in één ruimte te zijn. Normaal contact zoals handen schudden of omarmen, zijn gewoon mogelijk. Na contact moeten alleen de handen gewassen en gedesinfecteerd worden.

[top]

22. Waarom moeten MRSA-patiënten in het ziekenhuis geïsoleerd verpleegd worden, maar na hun ontslag naar (verzorgings)huis of bij de huisarts niet?

Deze maatregel lijkt zichzelf op het eerste gezicht tegen te spreken. Hoewel tijdens uw ziekenhuisverblijf speciale maatregelen tegen MRSA nodig zijn, hoeven buiten het ziekenhuis duidelijk minder beschermende maatregelen genomen te worden. MRSA-maatregelen in het ziekenhuis lijken op de maatregelen die worden genomen bij patiënten met tuberculose, wat bedreigend over kan komen op personen in de naaste omgeving van de patiënt, of medepatiënten. De ziekenhuismaatregelen voor MRSA mogen echter niet verward worden met maatregelen voor tuberculose en moeten om de volgende 3 redenen in het ziekenhuis wel genomen worden, maar daar buiten niet:
    1. Cohortsituatie
    De continue aanwezigheid van veel patiënten die met een zwakke weerstand (immuunsuppressie; het afweersysteem komt niet meer in actie) geopereerd zijn of aan de beademing liggen, zorgt ervoor dat MRSA zich weken- of maandenlang in het ziekenhuis kan verspreiden als er geen maatregelen worden genomen.

    Maatregelen: Speciale hygiënemaatregelen (handschoenen, mondbescherming, schort etc, geïsoleerd verplegen in gesluisde kamer)
    2. Regelmatig contact
    Zeer intensieve verpleging waarbij honderden malen handencontact plaatsvindt tussen personeel en patiënten

    Maatregelen: Handenhygiene, handschoenen, selectief antibioticagebruik
    3. Antibioticagebruik
    Tot 50% van alle ziekenhuispatienten krijgt antibiotica. Antibiotica zijn geneesmiddelen die bacteriële infecties bestrijden. Echter, infecties veroorzakende bacteriën kunnen ongevoelig (resistent) worden voor antibiotica, onder meer door veelvuldig en onzorgvuldig gebruik van antibiotica. Het is daarom van belang dat in het ziekenhuis goed wordt nagedacht over het antibioticagebruik.
    Om resistentie tegen de nog beschikbare middelen tegen MRSA te voorkomen of in elk geval zo lang mogelijk uit te stellen, voert Nederland een streng antibioticabeleid. Antibiotica worden alleen als laatste behandelmogelijkheid ingezet.

    Maatregelen: Gematigd antibioticagebruik.
Als één van bovenstaande factoren ontbreekt, en dat is zo in de thuissituatie, bij het verzorgingstehuis of bij de huisarts, dan kan MRSA bijna niet overgedragen worden. Standaard hygiënemaatregelen volstaan dan, zodat MRSA niet meer van mens tot mens overgedragen wordt.

[top]

23. Kan mijn kind MRSA krijgen als het zich in de buurt van een MRSA-drager bevindt?

Gezonde personen, en dus ook kinderen, hebben een verwaarlossbaar kleine kans om een MRSA-infectie op te lopen. Slechts bij de zogenaamde Community Acquired MRSA vormen kinderen en jongeren een risicogroep. Dit type MRSA moet niet verward worden met de in het ziekenhuis opgelopen MRSA. Community Acquired MRSA wordt niet gevonden bij oude en zieke personen, maar bij jonge mensen die nog nooit in een ziekenhuis zijn geweest.

[top]

24. Ik heb MRSA en word binnenkort ontslagen. Wat moet ik doen om mijn familie tegen MRSA te beschermen?

Als er in het ziekenhuis geen antibioticabehandeling in gang is gezet, moet deze door de huisarts uitgevoerd worden. Als u met MRSA gekoloniseerd of geïnfecteerd bent, moet u de volgende maatregelen in acht nemen om verspreiding van MRSA in uw familie te voorkomen:

[top]

25. Waarom wordt in Duitse ziekenhuizen meer dan de helft van het aantal MRSA-gevallen al bij opname van de patiënt aangetoond?

Onderzoek laat zien dat in Duitsland meer dan 50% van de mensen bij wie MRSA wordt aangetoond, al bij opname positief zijn. Onderzoek naar genetische vingerafdrukken van MRSA-dragers in bejaardenhuizen, de artsenpraktijk en bij heropname in het ziekenhuis, laat zien dat het om dezelfde MRSA-stammen gaat die circuleren in deze zorginstanties. De gemiddelde draagtermijn is, onafhankelijk van de aanwezige risicofactoren, tussen de zes maanden en vier jaar. Dat verklaart ook waarom een screeningsonderzoek bij ziekenhuisopname zo belangrijk is voor de preventie en bestrijding van MRSA. Als een MRSA-drager bij heropname niet vroegtijdig wordt geïdentificeerd en er geen speciale hygiënemaatregelen worden doorgevoerd, dan draagt hij bij elk ziekenhuisbezoek MRSA over op anderen. De MRSA blijft dan voortbestaan in dezelfde cyclus en het gebied wordt steeds groter.

[top]

26. Wat zijn de belangrijkste strategieën tegen het verspreiden van MRSA in de Euregio Twente/ Münsterland?

In principe zijn de volgende maatregelen noodzakelijk om MRSA-verspreiding tegen te gaan:
    1. Gematigd en weloverwogen antibioticagebruik in zowel de stationaire als ambulante zorg
    2. Preventie
    • Doorvoering van de hygiënerichtlijnen volgens de aanbevelingen van de Werkgroep InfectiePreventie en het Robert Koch Institut (voor Duitsland)
    • Geïsoleerd verplegen van alle MRSA-dragers en MRSA-geïnfecteerde patiënten

      d.w.z. dat MRSA in het ziekenhuis met gewone hygiënemaatregelen zoals regelmatige handendesinfectie niet voorkomen en bestreden kan worden.
    3. Surveillance
    • Vroegtijdige diagnostische identificatie van MRSA in het laboratorium (screening), om overdracht zo vroeg mogelijk te voorkomen.
    • Typering van MRSA om transmissieketens te herkennen en inzicht te krijgen in de dynamiek van de verspreiding bij de patiënt

      d.w.z. de ene MRSA is de andere niet. Door typering moet een MRSA uit meer dan 1000 typen worden herkend.
    4. Behandeling en decontaminatie

    d.w.z. veel geduld hebben met de behandeling van MRSA-patiënten. Dat kan in eerste instantie behandeling van de primaire ziekte betekenen en daarna de eigenlijke decontaminatie en behandeling van de MRSA.
    5. Voorlichting aan de bevolking en scholing van gezondheidspersoneel

    d.w.z. dat iedereen moet weten wat MRSA betekent en dat het niet om een infectieziekte als vogelgriep of SARS gaat. Bovendien moet het voor iedereen duidelijk zijn dat MRSA-probleem alleen collectief op te lossen is en dat iedereen daaraan moet bijdragen, want als één persoon zich niet aan de richtlijnen houdt, kan het al fataal zijn.
    6. Netwerkvorming van alle actoren in de gezondheidszorg in het MRSA

    d.w.z. gevaren en problemen zoals MRSA moeten gezamenlijk aangepakt worden. Alle partijen die dagelijks met MRSA te doen hebben moeten hierbij samenwerken: Ziekenhuizen, artsenpraktijken, laboratoria, bejaarden0 en verzorgingstehuizen, gezondheidsdiensten, zorgverzekeraars etc.

[top]

27. Wat is het MRSA-netwerk?

Een antibioticabehandeling of decontaminatieprocedure van een MRSA-patiënt duurt langer dan de gemiddelde duur van een ziekenhuisverblijf van een patiënt. Patiënten verlaten daarom het ziekenhuis terwijl ze de MRSA nog bij zich dragen. Dat vormt geen probleem voor de medemens, zolang deze geen open wonden heeft of een ernstig verzwakt immuunsysteem. Speciale maatregelen zijn bij deze soort MRSA buiten het ziekenhuis daarom niet vereist.

Toch is er een probleem: Omdat bij het volgende ziekenhuisbezoek weer het gevaar optreedt dat de patiënt MRSA op andere patiënten overdraagt, moet alles eraan gedaan worden dat de betreffende patiënt de MRSA kwijtraakt (door decontaminatie , speciale wondverzorging etc). De MRSA-patiënt moet tijdens de hele periode dat hij zich begeeft tussen verschillende zorginstantie (ziekenhuis, revalidatiecentrum, artsenkliniek, bejaarden- en verzorgingstehuis) tot aan het volgende ziekenhuisverblijf onder behandeling staan van een lokale MRSA-expert (microbioloog en evt. GGD/ huisarts). Alle actoren in de gezondheidszorg die deelnemen aan het MRSA-netwerk moeten elkaar helpen.

[top]

28. Waarom moet men bij de behandeling van een MRSA-patiënt veel geduld hebben?

Alle actoren in het MRSA-netwerk moeten meehelpen bij het behandelen van de MRSA-drager (bijvoorbeeld antibioticabehandeling, wondverzorging). Dit moet ook gebeuren als de patiënt geen infectie heeft, maar de MRSA-bacterie alleen maar op zijn huid “woont” (kolonisatie). Terwijl in het ziekenhuis speciale maatregelen worden genomen (isolatiekamer, beschermende kleding) is buiten het ziekenhuis vooral de consequente nazorg van MRSA van belang. Een MRSA-patiënt moet continu behandeld en gecontroleerd worden als hij tussen ontslag en heropname in het ziekenhuis bij het revalidatiecentrium, huisarts en/ of verpleeghuis komt. Dit is de gezamenlijke taak van al deze partijen enerzijds en de MRSA-specialist (mircobioloog- GGD/huisarts) anderzijds. Zij moeten de patiënt behandelen tot er geen MRSA meer aangetoond kan worden. Alleen door deze aanpak kan een toekomstige infectie en overdracht op anderen voorkomen worden. Ter controle moet in elk geval een set kweken worden afgenomen. De MRSA-behandeling duurt normaliter twee weken. Bij de aanwezigheid van risicofactoren (bijvoorbeeld chronische wonden, katheters, antibioticagebruik etc) moet eerst de risicofactor genezen/ verwijderd worden, waardoor een MRSA-behandeling pas na twee of drie jaar succesvol kan zijn. Hier moeten zowel behandelaars als patiënten veel geduld hebben.

[top]

29. Was is „Community Acquired MRSA”?

De ernst van het MRSA-probleem is sinds enkele jaren toegenomen door het onstaan van MRSA-infecties die buiten het ziekenhuis door gezonde mensen opgelopen worden (Community Acquired MRSA, afgekort CA-MRSA). Dit is een nieuw soort MRSA en mag absoluut niet verward worden met het MRSA-probleem in de ziekenhuizen.

CA-MRSA kunnen ook bij gezonden mensen buiten het ziekenhuis zware infecties veroorzaken, die in een enkel geval zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben. Vroeg of laat worden met CA-MRSA gekoloniseerde of geïnfecteerde personen in het ziekenhuis opgenomen en verergeren de daar reeds bestaande MRSA-problematiek. Screeningsonderzoek bij opname en microbiologische diagnostiek vormen de belangrijkste voorzorgsmaatregelen tegen dit gevaar.

[top]

30. Kunnen MRSA-dragers samen in een kamer ondergebracht worden in het ziekenhuis? Geldt dit ook voor patiënten met verschillende MRSA-typen?

Ja. MRSA-dragers kunnen samen in een patiëntenkamer verpleegd worden. Dit geldt ook als de MRSA’s van een andere stam afkomstig zijn en het dus niet om hetzelfde type MRSA gaat. Een uitzondering hierop is het hoogvirulente CA-MRSA kloon. Deze bevatten meestel het zogenaamde PVL-toxine, een resistentie tegen het antibioticum Fusidin of behoren tot een bepaald spa-type. Zie voor meer informatie de MRSA-net homepage of bel de helpdesk (053-852 6300).

[top]

31. Kunnen MRSA-dragers in het ziekenhuis gezamenlijk in een kamer ondergebracht worden, ook als één van hen al behandeld wordt?

In principe wel. Natuurlijk bestaat dan wel het gevaar dat patiënten die al in een vergevorderd stadium van decontaminatie of behandeling opnieuw gekoloniseerd raken door een patiënt die nog aan het begin staat van een decontaminatie. Er is wel iets aan te passen in de decontaminatieprocedure dat dit probleem verkleind wordt, maar het aantal succesvolle decontaminatieprocedures is bij gezamenlijke verpleging in één kamer echter wel lager dan wanneer MRSA-patiënten geïsoleerd verpleegd worden.
[top]

32. Hoe ziet een behandeling van een MRSA-dragerschap eruit?

Het proces waarin de MRSA van de huid en het slijmvlies van de mens verwijderd wordt noemt men decontaminatie. Let op: Het gaat hier dus om behandeling van dragerschap en niet om behandeling van de infectie. Als er decontaminatieremmende factoren als wonden, MRSA-infectie, katheters et cetera aanwezig zijn, is een decontaminatie bijna nooit effectief. Daarom is het van belang dat die remmende factoren eerst opgelost worden. Is er geen decontaminatieremmende factor aanwezig, bijvoorbeeld bij personeel of kinderen, dan kan met de eigenlijke decontaminatie begonnen worden.

Behandeling van dragerschap is pas zinvol als de patiënt geen infecties, geen wonden en geen huidafwijkingen (eczeem) meer heeft.

De decontaminatieprocedure ziet er als volgt uit:

Huid- en haardesinfectie
Huid en haar worden dagelijks gedesinfecteerd door gedurende 5 dagen te wassen met povidon-jodium shampoo of een chloorhexidine-zeepoplossing.

Neusdesinfectie

De neus wordt behandeld met mupirocine-neuszalf.
De zalf wordt gedurende 5 dagen drie maal per dag aangebracht in het Vestibulum nasi, ofwel het neuspeutergebied. Daarna wordt de applicatie gestaakt en 48 - 96 uur na het staken worden controlekweken afgenomen. Indien deze nog steeds positief blijken te zijn, is overleg met een arts met speciale kennis van infectieziekten (arts-microbioloog, infectioloog) geboden. Ongecontroleerde applicatie van mupirocine langer dan 5 dagen is niet verantwoord, gezien de mogelijke selectie van resistente stammen.

[top]

33. Hoe ziet een behandeling van een MRSA-infectie eruit?

Wanneer voor een systemische antimicrobiële therapie wordt gekozen, is overleg met een arts met speciale kennis van infectieziekten (arts-microbioloog, infectioloog) nodig. Na behandeling van de patiënt is het nooit geheel zeker of de MRSA is verdwenen. Indien controlekweken (3 sets negatieve controlekweken, afgenomen met een tussenpoos van 7 dagen) negatief blijven en de patiënt in redelijke conditie verkeert, kan de isolatie worden opgeheven. Wanneer echter veranderingen in de toestand van de patiënt optreden, bijvoorbeeld door toediening van antibiotica of wijzigingen in het ziektebeloop, is er een kans dat de kweken op MRSA weer positief worden. Daarom is het verstandig in die situatie weer kweken af te nemen en eventueel de patiënt in afwachting van de kweekuitslagen in strikte isolatie te plaatsen. Een deskundige dient dit risico per situatie in te schatten.

[top]

34. Wanneer moet personeel gescreend worden op de aanwezigheid van MRSA?

De uitgebreidheid van het onderzoek bij medewerkers is afhankelijk van de situatie. Indien de patiënt kort op de afdeling aanwezig is geweest, kan worden gekozen voor het z.g. ringonderzoek. Dit onderzoek is dan alleen bedoeld voor personeelsleden die het meest nauw contact hebben met een met MRSA besmette patiënt, bijvoorbeeld die directe verpleegkundige of medische zorg hebben verleend, of fysiotherapeuten. Is de patiënt al langer op de afdeling aanwezig, dan wordt geadviseerd om alle medewerkers van de afdeling te kweken. Medewerkers van buiten de eigen afdeling die contact hebben gehad, zijn in deze late fase vaak moeilijk precies te achterhalen. Hier dient door deskundigen (MRSA-commissie) een situatieafhankelijk beleid te worden bepaald.

[top]

35. Waarom komt de MRSA-bacterie soms terug bij gedecontamineerde patiënten

Opnieuw gekoloniseerd raken met MRSA kan verschillende oorzaken hebben (het optreden van decontaminatiebelemmerende factoren, herkolonisatie door contact met MRSA-gekoloniseerde personen in het huishouden, nieuwe kolonisatie door nieuwe MRSA). Om de oorzaak van de herkolonisatie te kunnen vinden kan een typering van kweken van voor en na de behandeling zinvol zijn. Na onderzoek naar de mogelijke oorzaak van de herkolonisatie kan na overleg met een MRSA-expert een tweede decontaminatieprcoedure doorgevoerd worden.

[top]

36. NIEUW! Waarom komt MRSA in Nederland veel minder voor dan in Duitsland?

Er zijn drie belangrijke redenen waarom MRSA in Nederland veel minder voorkomt dan in Duitsland:

1. In Nederland is men in de jaren 80 al begonnen met de bestrijding van MRSA door de invoering van een speciaal MRSA-beleid. Dit beleid bestaat naast het geïsoleerd verplegen van MRSA-positieve patiënten in zorginstellingen uit het actief opsporen (search) en het behandelen van MRSA-positieve mensen om te zorgen dat ze de bacterie kwijtraken (destroy). Het Nederlandse beleid wordt hierom ook wel search-and-destroy beleid genoemd. In Duitsland werd MRSA pas later als veroorzaker van ziekenhuisinfecties erkend, zodat de MRSA zich al veel meer in de Duitse zorginstellingen verspreid had omdat er nog geen beleid werd gevoerd.

2. Het antibioticagebruik in Nederland is lager dan in Duitsland. Hierdoor raken bacteriën minder snel resistent tegen antibiotica.

3. Het zorgstelsel zit in Nederland anders in elkaar dan in Duitsland. Ten eerste zijn er in Duitsland twee keer zoveel ziekenhuisbedden per 1000 inwoners als in Nederland (en dus in feite ook twee keer zoveel kans op verspreiding van MRSA), en ten tweede zijn er in Nederland minder medisch specialisten beschikbaar dan in Duitsland. In Duitsland zijn er naast de specialisten in het ziekenhuis namelijk ook specialisten die hun eigen praktijk hebben, net als de huisarts in Nederland. Deze praktijken bieden een extra plaats waar de MRSA-bacterie zich kan verspreiden. Het terugdringen van MRSA is in Nederland mogelijk omdat alle zorginstanties de richtlijnen strikt naleven en hierop gecontroleerd worden door de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Verder worden antibiotica heel zorgvuldig ingezet waardoor resistentie minder snel optreedt, en worden MRSA-positieve personen niet alleen in de zorginstelling maar ook in de thuissituatie intensief behandeld tegen dragerschap. Ook werken de verschillende zorginstellingen nauw met elkaar samen op het gebied van MRSA.

[top]

37. NIEUW! Wat zijn de verschillen tussen het Nederlandse en Duitse MRSA-beleid?

In het algemeen zijn de hygiënische maatregelen die genomen worden bij MRSA-patiënten hetzelfde in Nederland en in Duitsland: geïsoleerde verpleging van MRSA-patiënten, het dragen van een overjas, mond-neus-masker en handschoenen door bezoekers en personeel bij het betreden van een isolatiekamer en handendesinfectie. Het verschil zit hem in de manier waarop patiënten die mogelijk MRSA hebben, opgespoord worden. In Nederland bestaat in tegenstelling tot Duitsland een actief search-beleid: patiënten worden bij ziekenhuisopname in Nederland ingedeeld in een MRSA-risicocategorie: hoog, matig verhoogd, laag of geen risico op MRSA. Deze categorie bepaalt welke maatregelen ten aanzien van de patiënten genomen worden: Is er hoog risico op MRSA, dan wordt hij geïsoleerd verpleegd; bij matig verhoogd risico worden er kweken afgenomen etc. In Nederland vallen alle patiënten die recentelijk in een buitenlands ziekenhuis opgenomen zijn geweest in de hoog-risicocategorie en worden dus preventief geïsoleerd verpleegd totdat aan de hand van kweken uitgesloten kan worden dat men MRSA-drager is. Het gaat hier met name om mensen die in het ziekenhuis hebben gelegen in landen waar MRSA veel voorkomt, zoals Duitsland, België, Japan en Groot-Britannië. Men gaat ervan uit dat 10 tot 40% van de MRSA-gevallen in Nederland wordt veroorzaakt door een patiënt of medewerker die de MRSA meeneemt uit een buitenlands ziekenhuis.

De Duitse MRSA-richtlijnen bevatten niet dezelfde risico-categorieën als in Nederland, maar bevatten wel risicofactoren die de kans aangeven dat iemand MRSA-drager is. Indien bij opname van de patiënt één van deze risicofactoren aanwezig is, dan worden kweken afgenomen om te testen of de patiënt inderdaad MRSA heeft. De MRSA-verdachte patiënt wordt echter niet preventief geïsoleerd verpleegd, wat in Nederland wel gebeurt. Echter, omdat MRSA in Duitsland inmiddels zoveel voorkomt, moeten patiënten in Duitsland bij opname eigenlijk standaard gekweekt worden op MRSA. Om precies te kunnen bepalen welke verschillende risicocategorieën er tussen de patiënten in de Euregio Twente-Münsterland bestaan, is in november 2006 een groot onderzoek gehouden. Ruim 26.000 patiënten zijn gekweekt, en op basis van de uitslagen kunnen nu gerichtere maatregelen genomen worden in de ziekenhuizen in de Euregio.

[top]

38. NIEUW! Welke maatregelen moeten genomen worden als een Duitse patënt in een Nederlands ziekenhuis opgenomen moet worden, of naar een Nederlands ziekenhuis overgeplaatst moet worden?

Als de patiënt de laatste twee maanden meer dan 24 uur in een Duits ziekenhuis opgenomen is geweest, dan wordt hij in Nederland beschouwd als een patiënt in risicocategorie 2: matig verhoogd risico op MRSA. Totdat aan de hand van kweekuitslagen uitgesloten kan worden dat de patiënt MRSA heeft, worden de maatregelen genomen die bij risicocategorie 2 van toepassing zijn: geïsoleerde verpleging van de patiënt, het dragen van een overjas, mond-neus-masker en handschoenen door bezoekers en personeel bij het betreden van een isolatiekamer en handendesinfectie. De maatregelen mogen pas opgeheven worden als de kweekuitslagen drie keer achter elkaar negatief zijn.

[top]

39. NIEUW! Welke maatregelen moeten genomen worden als een Nederlandse patiënt, nadat hij of zij langer dan 24 uur in een buitenlands ziekenhuis opgenomen is geweest, (weer) overgeplaatst moet worden naar een Nederlands ziekenhuis?

Deze patiënt wordt in Nederland beschouwd als een patiënt in risicocategorie 2: matig verhoogd risico op MRSA. Totdat aan de hand van kweekuitslagen uitgesloten kan worden dat de patiënt MRSA heeft, worden de maatregelen genomen die bij risicocategorie 2 van toepassing zijn: geïsoleerde verpleging van de patiënt, het dragen van een overjas, mond-neus-masker en handschoenen door bezoekers en personeel bij het betreden van een isolatiekamer en handendesinfectie. De maatregelen mogen pas opgeheven worden als de kweekuitslagen drie keer achter elkaar negatief zijn.

[top]

40. NIEUW! Zijn er in Nederland ook risicocategorieën voor MRSA-dragerschap bij personeel?

Ja, in de Nederlandse MRSA-richtlijnen van de Werkgroep InfectiePreventie worden risicocategorieën voor personeel onderscheiden Verweis auf externe Website (zie www.wip.nl). Categorie 1 bestaat uit personeel dat zelf MRSA heeft of heeft gehad. Categorie 2 bestaat uit personeel dat onbeschermd contact heeft gehad met een MRSA-drager of langer dan 24 uur in een buitenlands ziekenhuis heeft gewerkt. Medewerkers die in categorie 1 vallen worden behandeld met neuszalf en shampoo zodat de MRSA van het lichaam verdwijt. Deze medewerkers mogen in Nederland niet werken totdat de kweekuitslagen drie keer achter elkaar negatief zijn. Medewerkers die in categorie 2 vallen mogen wel gewoon werken, maar er moeten voor de zekerheid wel kweken afgenomen worden om vast te stellen of de medewerker wel of geen MRSA heeft.

[top]

41. NIEUW! Wat is het voordeel van grensoverschrijdende gezondheidszorg?

Het zorgsysteem zit in Nederland en Duitsland heel anders in elkaar. Zo zijn er in Nederland gemiddeld per hoofd van de bevolking minder ziekenhuisbedden dan in Duitsland, en ook zijn er minder specialisten en huisartsen beschikbaar vergeleken met Duitsland. Daardoor bestaan er in Nederland voor bepaalde (geen spoedeisende) medische ingrepen lange wachtlijsten, zoals oogoperaties en orthopedische ingrepen. Sommige verzekeraars in Nederland hebben voor hun klanten daarom speciale overeenkomsten met Duitse ziekenhuizen gesloten, zodat Nederlandse patiënten zich in Duitsland kunnen laten helpen en daarmee de wachtlijsten omzeilen Verweis auf externe Website (zie www.emedv.de). Het feit dat er in Duitse ziekenhuizen en klinieken meer MRSA voorkomt dan in Nederland, zorgt er echter voor dat Nederlandse zorgverzekeraars soms niet graag samenwerken met Duitse ziekenhuizen.

[top]

42. NIEUW! Mag Duits ziekenhuispersoneel ook in Nederland werken?

Het is voor Duitse ziekenhuismedewerkers erg aantrekkelijk om in Nederland te gaan werken, omdat zij daar vaak beter betaald krijgen en er betere arbeidsvoorwaarden zijn dan in Duitsland. Soms worden Duitse ziekenhuismedewerkers echter niet toegestaan om in Nederland te komen werken, omdat zij, vooral als zij in Duitsland blijven wonen, makkelijk MRSA in het Nederlandse ziekenhuis kunnen introduceren. Bijvoorbeeld omdat zij in Duitsland bevriend of zelfs getrouwd zijn met iemand die in een Duits ziekenhuis werkt.

[top]

43. NIEUW! Leidt grensoverschrijdend gezondheidsverkeer tussen Nederland en Duitsland tot een stijging van MRSA in Nederland?

Er zijn verschillende onderzoeken die aantonen dat 10 tot 40% van de MRSA-gevallen in Nederland veroorzaakt worden door patiënten die in een buitenlands ziekenhuis opgenomen zijn geweest (Kaiser et al, 2005, Ned Tijdschr Geneeskd). Dit percentage wordt echter steeds lager, omdat MRSA in Nederland steeds vaker buiten het ziekenhuis ontstaat (Wannet et al, 2005, J Clin Microbiol). Over het algemeen geldt echter nog steeds dat door het grensoverschrijdend gezondheidsverkeer met Duitsland er meer MRSA voorkomt in Nederland, vooral wanneer in Duitse ziekenhuizen mogelijke MRSA-dragers niet goed opgespoord worden (te weinig kweekonderzoek) en MRSA-dragers niet goed behandeld worden.

[top]

44. NIEUW! Hoe kunnen we voorkomen dat MRSA zich verspreidt bij grensoverschrijdend gezondheidsverkeer tussen Nederland en Duitsland?

Het is van groot belang om het MRSA-probleem in beide landen aan te pakken, dus niet alleen in Duitsland, maar ook in Nederland. De belangrijkste maatregelen zijn:
  1. het opsporen van patiënten of medewerkers die mogelijk MRSA-drager zijn
  2. de overdracht van MRSA in het ziekenhuis voorkomen door het opvolgen van de juiste hygiënische maatregelen
  3. het behandelen van MRSA-dragers met neuszalf en shampoo zodat de bacterie van hun lichaam verdwijnt (decontaminatie)
Als deze maatregelen consequent genomen worden aan beide kanten van de grens, zal MRSA zich minder snel verspreiden in en tussen de landen.

[top]